Wijndomein Gut Oggau ligt in het dorp Oggau am Neusiedlersee in Burgenland, Oostenrijk. Het domein stamt uit de 17e eeuw, maar is in 2007 opnieuw opgestart door Eduard en Stephanie Tscheppe-Eselböck. Ze hebben het verlaten wijndomein gerestaureerd en bestieren in de zomermaanden (sinds 2009) ook een ‘heuriger’, een soort taverne. Daar serveren ze niet alleen streekgerechten, maar uiteraard ook de wijnen uit hun eigen gaarden.
Eduard komt van origine uit een wijnmaakfamilie uit Steiermark en Stephanie’s ouders hadden een sterrenrestaurant in Burgenland. Na lang zoeken zijn ze uiteindelijk neergestreken in het dorp Oggau, gelegen aan de westelijke oever van de ondiepe Neusiedlersee, het grootste meer van Oostenrijk.
Toen ze begonnen waren de wijngaarden al 20 jaar lang verlaten (en dus ook onbespoten). Daardoor konden Eduard en Stephanie vanaf het begin zich focussen op biodynamische landbouw. Tot 2018 maakten ze alleen wijnen van gaarden die meer dan 30 jaar oud waren, maar sinds 2018 hebben ze het oppervlak uitgebreid door nieuwe gaarden aan te planten met een grote verscheidenheid aan PIWI-druiven.
Ze hebben met behulp van experts een tiental hybrides aangeplant die allen zijn ontstaan door het kruisen van de rassen uit de streek met ziekteresistente rassen. In deze nieuwe, experimentele gaarden staan onder andere rassen als ‘Grüner Veltliner Stella’ en ‘Grüner Veltliner Luna’. Deze gaarden hebben ze volledig naar eigen inzicht ingericht en aangeplant, en bewerken ze deze gaarden ook op de manier die bij deze gaarden past. Zo hebben ze de nieuwe planten op een hoge dichtheid aangeplant om zo schaduw tussen de rijen te creëren en groeien alle nieuwe stokken tegen staken op, in plaats van dat ze aan draden zijn ‘getraind’. In deze gaarden is er ook nét genoeg ruimte om bodemwerk met behulp van hun drie paarden te doen, die niet alleen het zware werk vergemakkelijken, maar ook een extra link zijn in de biodynamische keten op het domein.
In deze gaarden wordt heel zorgvuldig gesnoeid, wat ze zelf ‘gentle pruning’ noemen, om zo de balans tussen kwaliteit en kwantiteit te bewaren. Tussen de ranken gebruiken ze meer dan 15 verschillende bodembedekkers als boekweit, verschillende soorten bonen, alliums, mosterd en rogge. Verder zijn er op verschillende plekken fruitbomen en heggen aangeplant die de bevordering en bescherming van biodiversiteit waarborgen. Lopend door de gaarden waan je je in een ware oase; ze voelen aan als een grote tuin of een klein park. Deze jonge gaarden zien de Oggau’s dan ook als de toekomst, ondanks het feit dat ze per hectare meer dan 1600 uur per jaar kwijt zijn, versus 800 uur in een ‘normale’ biodynamische wijngaard. Er wordt dan ook nimmer met gekocht fruit gewerkt, omdat ‘druiven van deze kwaliteit niet te koop zijn’, volgens Eduard.
Om de verschillende specifieke persoonlijkheden van hun percelen uit te drukken, heeft elke wijn zijn eigen gezicht gekregen van kunstenaar Jung von Matt. De verschillende persoonlijkheden en leeftijden verhouden zich tot elkaar als een familie. De druiven voor iedere cuvée komen altijd van dezelfde plots, om zo de terroir-karakteristieken van de verschillende cuvées goed tot uiting te laten komen. Over het algemeen zijn de ‘jongere’ gezichten wat frisser en fruitiger, en is de structuur hiervan minder complex, terwijl de oudere gezichten complexere wijnen representeren, en vaak ook van oudere percelen komen.
Sinds jaargang 2016 maken de Oggau’s de wijnen van witte druiven hetzelfde als de wijnen van blauwe druiven; de percelen bepalen dus de identiteit, niet de vinificatiemethode. Als de druiven binnenkomen in de kelder wordt er een deel direct geperst, en een deel (kort) op de schillen gehouden. Na vergisting worden de verschillende vaten geblend, om zo tot de verschillende identiteiten te komen. Vergisting gebeurt bijna uitsluitend in grote, eikenhouten Stockinger-vergisters, en na het blenden worden de wijnen gerijpt in oude, eikenhouten vaten. Het ontstelen van het fruit gebeurt alleen in gevallen waarin de stelen niet rijp genoeg worden geacht, of in vintages waarin de extra tannines uit de stelen niet als wenselijk worden geacht.
Voor de ‘oudere’ cuvées wordt gebruik gemaakt van een meer dan 200-jaar oude verticale pers uit 1810 die ze zelf hebben gerestaureerd. Het persen van een volle ‘mand’ druiven duurt dan ruim 24 uur, wat langzame, delicate extractie veroorzaakt. Geduld is een schone zaak!
Gut Oggau – Atanasius
€28,95Gut Oggau – Emmeram
€44,95Gut Oggau – Joschuari
€53,95Gut Oggau – Theodora
€29,95Gut Oggau – Winifred
€30,95


